top of page

12 jun 2026

Zonnepanelen zonder salderen: zijn ze nog rendabel vanaf 2027?

Zijn zonnepanelen zonder salderen nog rendabel? Het korte antwoord is ja, maar via een andere route dan je gewend bent. Vanaf 1 januari 2027 bespaart zelf gebruikte zonnestroom het volle leveringstarief, terwijl teruggeleverde stroom nog maar enkele centen vergoeding oplevert. Het rendement van je installatie wordt daarmee geen automatisme meer, maar een variabele die je zelf stuurt met drie knoppen: je verbruiksgedrag, opslag en je energiecontract. In dit artikel rekenen we het door voor bestaande paneelbezitters en voor twijfelaars die nog moeten kopen, inclusief een eerlijk hoofdstuk over de situaties waarin de som krap wordt. De conclusie alvast: het dak blijft renderen, jij bepaalt hoeveel.

Het is de vraag die sinds de aankondiging van de einddatum overal opduikt: zijn zonnepanelen zonder salderen nog rendabel? Op verjaardagen, op fora en in de zoekresultaten klinkt twijfel, en sommige paneelbezitters overwegen zelfs hun installatie af te schrijven. Tijd voor een nuchtere doorrekening, want het antwoord is genuanceerder en een stuk positiever dan de stemming doet vermoeden.

In dit artikel rekenen we het rendement van zonnepanelen door voor de situatie vanaf 1 januari 2027: voor wie al panelen heeft, voor wie ze overweegt, en met en zonder opslag. De bredere context van de regeling vind je in onze analyse van het einde van salderen; hier draait het om de panelen zelf.

 

De korte conclusie: ja, maar via een andere route

Zonnepanelen blijven zonder salderen rendabel, maar de route naar dat rendement verandert fundamenteel. Onder de salderingsregeling was elke opgewekte kilowattuur evenveel waard, of je hem nu zelf gebruikte of terugleverde. Vanaf 2027 ontstaat een tweedeling: zelf gebruikte stroom bespaart het volle tarief van zo'n 30 cent, teruggeleverde stroom levert nog enkele centen vergoeding op.

Het rendement van je installatie wordt daarmee geen vast gegeven meer, maar een variabele die jij zelf stuurt. Twee identieke daken met identieke panelen kunnen na 2027 totaal verschillend renderen, puur op basis van hoeveel van de opwek binnenshuis wordt gebruikt. Dat is de kern van dit hele artikel.

Onafhankelijke voorlichter Milieu Centraal komt tot dezelfde conclusie: panelen blijven ook na het einde van salderen een verstandige investering, mits je het eigen verbruik van je zonnestroom serieus neemt.

 

Wat er precies wegvalt op 1 januari 2027

Voor een eerlijke rekensom moet helder zijn wat er verdwijnt. Tot en met 31 december 2026 streep je teruggeleverde stroom volledig weg tegen je afname, inclusief energiebelasting en btw. Vanaf 1 januari 2027 worden beide stromen apart afgerekend en ontvang je voor teruglevering een vergoeding van wettelijk minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, een minimum dat tot 2030 geldt.

Het verschil zit vooral in de belastingcomponent. Onder salderen kreeg je impliciet ook de energiebelasting en btw terug over elke weggestreepte kilowattuur. Die component vervalt volledig: de vergoeding wordt berekend over het kale tarief, dus zonder belastingen. Daarom is de val zo diep, van zo'n 30 cent totaalwaarde naar pakweg 4 tot 8 cent vergoeding.

Het volledige besluit, de redenen en het tijdpad staan in het dossier van de Rijksoverheid. Belangrijk detail daaruit: er komt geen overgangsregeling op basis van aanschafdatum, dus de nieuwe situatie geldt voor elke paneelbezitter, hoe lang de installatie er ook al ligt.

 

Rekenvoorbeeld: tien panelen zonder salderen

Neem een installatie van tien panelen die 3.800 kilowattuur per jaar opwekt, op een woning met een jaarverbruik van eveneens 3.800 kilowattuur. Zonder gedragsaanpassing gebruikt dit huishouden zo'n 30 procent direct, oftewel 1.140 kilowattuur, en levert het 2.660 kilowattuur terug.

Onder salderen was de jaaropbrengst van deze installatie bij 30 cent per kilowattuur ongeveer 1.140 euro. Na 2027, bij een terugleververgoeding van 6 cent, daalt dat naar 342 euro directe besparing plus 160 euro vergoeding, samen ruim 500 euro. Nog steeds een serieuze opbrengst, maar ruwweg een halvering.

Nu dezelfde installatie met een hogere zelfconsumptie. Stijgt het directe verbruik naar 70 procent, dan bespaart het huishouden 798 euro aan afname en ontvangt het nog 34 euro vergoeding over de resterende teruglevering: samen ruim 830 euro per jaar. Driekwart van het oude salderingsrendement, met exact dezelfde panelen op exact hetzelfde dak.

Ook de tussenvariant is leerzaam. Met alleen gedragsverschuiving en zonder opslag haalt dit huishouden zo'n 45 procent zelfconsumptie: 513 euro directe besparing plus 125 euro vergoeding, samen ongeveer 640 euro. De gratis maatregelen dichten dus al een kwart van het gat, de batterij dicht vervolgens het grootste deel van de rest. Elke stap op de zelfconsumptieladder vertaalt zich vrijwel lineair in jaaropbrengst, en dat maakt het rendement van je panelen voor het eerst echt stuurbaar.

 

Voor wie nog geen panelen heeft: kopen of niet

Voor twijfelaars zonder panelen is de boodschap dubbel. Enerzijds is de terugverdientijd van een nieuwe installatie zonder salderen langer dan in de gouden jaren, eerder zeven tot negen jaar dan vier tot vijf. Anderzijds zijn panelen spectaculair goedkoop geworden en gaan ze 25 jaar of langer mee, waardoor er na de terugverdienperiode nog ruim vijftien jaar vrijwel gratis stroom volgt.

De ontwerpregels veranderen wel. Dimensioneer een nieuwe installatie voortaan op je eigen verbruik in plaats van op het maximale dakoppervlak. Een overdaad aan panelen produceert na 2027 vooral goedkoop terug te leveren overschot, terwijl een installatie op maat vrijwel alles binnenshuis kwijt kan, zeker in combinatie met opslag.

Reken opslag daarom vanaf dag een mee in de investeringsbeslissing. Een iets kleinere installatie met een passende batterij levert na 2027 structureel meer op dan een maximaal dak zonder opslag, tegen een vergelijkbare totaalinvestering.

 

De drie knoppen waaraan je kunt draaien

Het rendement van zonnepanelen zonder salderen hangt af van drie knoppen, en je bedient ze alle drie zelf. Knop een is gedrag: verplaats grootverbruikers zoals wasmachine, droger, vaatwasser en boiler naar de zonnige uren. Kosteloos, direct effectief, en goed voor een sprong van 30 naar 40 a 45 procent zelfconsumptie.

Knop twee is opslag. Een thuisbatterij vangt het middagoverschot op voor de avond en tilt de zelfconsumptie naar 60 tot 80 procent. Dit is veruit de grootste knop, en de volledige doorrekening ervan staat in ons artikel over de thuisbatterij na salderen.

Knop drie is het contract. De verschillen tussen leveranciers in terugleververgoeding en terugleverkosten zijn groot, en voor het restant dat je blijft terugleveren wil je de beste voorwaarden. Wie alle drie de knoppen bedient, houdt het overgrote deel van zijn oorspronkelijke paneelrendement overeind.

 

Zelfconsumptie in de praktijk: waar de winst zit

De gemiddelde Nederlandse woning gebruikt zonder maatregelen maar zo'n 30 procent van de eigen zonnestroom direct. Niet uit onwil, maar door een simpele mismatch: de zon piekt rond het middaguur, het huishoudelijke verbruik piekt in de avond. Elke maatregel die deze twee curves dichter bij elkaar brengt, vertaalt zich na 2027 direct in euro's.

De volgorde van aanpak is logisch. Begin met de gratis verschuivingen: timers op de vaatwasser en wasmachine, de boiler op een middagschema, opladen van fietsen en apparaten op zonne-uren. Meet daarna een paar zonnige weken wat er nog overblijft aan teruglevering, want dat restant is de werklast voor de batterij.

Hoe de combinatie van panelen en opslag technisch samenwerkt, van nulpuntregeling tot P1 koppeling, lees je in onze uitleg over de stekker thuisbatterij met zonnepanelen. De kern: het systeem stuurt automatisch op je werkelijke overschot, zonder dat je er dagelijks naar hoeft om te kijken.

 

De batterij als rendementsversterker van je panelen

Het is belangrijk om de batterij in dit verhaal goed te positioneren: hij is geen concurrent van je zonnepanelen maar hun rendementsversterker. De panelen produceren de waarde, de batterij zorgt dat die waarde binnenshuis blijft in plaats van voor centen het net op te vloeien.

In het rekenvoorbeeld hierboven was de batterij verantwoordelijk voor het verschil tussen ruim 500 en ruim 830 euro jaaropbrengst: zo'n 330 euro per jaar. Tegenover een stekkermodel van 1.200 tot 1.500 euro staat daarmee een terugverdientijd van ongeveer vier jaar, terwijl de panelen zelf gewoon doorproduceren zoals altijd.

Voor wie het instapmoment laagdrempelig wil houden, is de stekkervariant de logische keuze: geen installateur, geen meterkastwerk en dezelfde dag operationeel. Hoe die afweging uitpakt zonder salderingsvoordeel, hebben we eerder doorgerekend in het artikel over de stekker batterij zonder salderen.

 

Terugverdientijd: bestaande versus nieuwe installatie

Voor bestaande paneelbezitters is de terugverdienvraag deels al beantwoord door het verleden. Wie zijn installatie voor 2022 plaatste, heeft de investering in de gouden salderingsjaren vaak al grotendeels of volledig terugverdiend. Alles wat het dak vanaf nu produceert, is rendement, ook tegen de lagere voorwaarden van na 2027.

Wie recenter plaatste, zit middenin de terugverdienperiode en ziet die periode door het einde van salderen verlengen. Hoeveel langer hangt direct samen met de zelfconsumptie: bij 30 procent eigen verbruik schuift de terugverdiendatum jaren op, bij 70 procent slechts beperkt. De knoppen uit dit artikel zijn voor deze groep dus geen luxe maar de kern van de businesscase.

Voor nieuwe installaties vanaf nu geldt een nuchtere vuistregel: reken op zeven tot negen jaar terugverdientijd bij een gezonde zelfconsumptie, op een levensduur van 25 jaar of meer. Dat is een ander profiel dan de vier a vijf jaar uit de hoogtijdagen, maar het blijft een rendement waar weinig spaarvormen aan kunnen tippen.

 

Het seizoensprofiel: waarom jaarcijfers misleiden

Wie alleen naar jaartotalen kijkt, mist het mechanisme dat na 2027 het rendement bepaalt. Een Nederlandse installatie produceert grofweg driekwart van de jaaropwek tussen april en september. In precies die maanden is het overschot het grootst en de mismatch met het avondverbruik het sterkst.

Dat betekent dat de zomermaanden na het einde van salderen de beslissende arena zijn. Daar lekt zonder maatregelen de meeste waarde weg via goedkope teruglevering, en daar valt met gedragsverschuiving en opslag de meeste winst te halen. De wintermaanden zijn rendementstechnisch vrijwel neutraal: weinig opwek, weinig overschot, weinig verschil.

Praktisch gevolg: beoordeel je situatie op basis van zonnige zomerdagen, niet op jaargemiddelden. De teruglevering op zo'n dag is het getal waarop je je maatregelen dimensioneert, van het wasschema tot de batterijcapaciteit.

 

Terugleverkosten: de stille rendementsvreter

Naast de lagere vergoeding speelt een tweede factor die het paneelrendement drukt: terugleverkosten. Een groeiend aantal leveranciers rekent een opslag voor klanten die stroom terugleveren, als vaste maandkosten of per kilowattuur. Voor een installatie met veel overschot kan dat oplopen tot tientallen euro's per maand.

Deze kosten verdwijnen niet automatisch met het einde van salderen. De verwachting van de toezichthouder is juist dat ze deels blijven bestaan, vooral bij vaste contracten. Voor de rendementssom van je panelen moet je ze dus volwaardig meenemen, en wel aan de negatieve kant van de teruglevering.

Ook hier werkt de batterij als dempende factor: hoe minder je teruglevert, hoe kleiner de grondslag waarover terugleverkosten worden gerekend. Een huishouden dat zijn teruglevering met opslag meer dan halveert, ziet die kostenpost navenant krimpen en wordt bovendien minder gevoelig voor toekomstige tariefwijzigingen van de leverancier.

 

Drie hardnekkige mythes over panelen zonder salderen

Mythe een: panelen leveren straks niets meer op. Onjuist, zoals het rekenvoorbeeld laat zien. Zelfs zonder enige maatregel resteert ruim 500 euro per jaar voor een gemiddelde installatie, en met actieve sturing ruim 800 euro.

Mythe twee: je kunt beter wachten met panelen tot er een nieuwe regeling komt. Er is geen nieuwe stimuleringsregeling aangekondigd, en elk jaar wachten kost een jaar opbrengst. De paneelprijzen zijn bovendien al zo laag dat een nieuwe subsidie weinig aan de businesscase zou toevoegen.

Mythe drie: panelen verkopen of verwijderen is een optie. Demontage kost honderden euro's, de restwaarde van gebruikte panelen is minimaal en je levert direct woningwaarde en jarenlange gratis stroom in. Er bestaat geen serieus doorgerekend scenario waarin verwijderen financieel beter uitpakt dan simpelweg de zelfconsumptie van de bestaande installatie verhogen.

 

Wanneer zonnepanelen zonder salderen krap worden

Eerlijkheid hoort erbij: er zijn situaties waarin de som na 2027 krap wordt. Een woning waar overdag vrijwel niemand thuis is, geen opslag staat en het verbruik laag is, houdt weinig knoppen over. De zelfconsumptie blijft dan structureel laag en de opbrengst leunt zwaar op de magere terugleververgoeding.

Ook een sterk overgedimensioneerde installatie, gebouwd in de salderingsjaren op maximale opwek, kan tegenvallen. Het overschot is dan zo groot dat zelfs een flinke batterij het niet volledig opvangt. In die gevallen is de afweging niet panelen weghalen, maar het overschot waarderen als wat het is: een kleine maar gratis bijverdienste bovenop een verder gezonde installatie.

En wie binnen enkele jaren verhuist, moet de investeringshorizon meewegen. Panelen verhogen aantoonbaar de woningwaarde, maar een batterij verdient zichzelf terug bij de gebruiker. Goed nieuws voor de stekkervariant: die verhuist gewoon mee, waardoor dit bezwaar daar niet speelt.

 

Elektrificatie als bondgenoot van je panelen

Er is een bredere trend die het rendement van zonnepanelen na 2027 juist structureel versterkt: de voortschrijdende elektrificatie van de Nederlandse woning. Een warmtepomp, een elektrische auto of een elektrische boiler verhoogt het huishoudelijke verbruik fors, en elke extra kilowattuur verbruik is een extra kans om eigen zonnestroom binnenshuis te benutten in plaats van terug te leveren.

De woning die in de salderingsjaren te veel opwekte voor het eigen verbruik, groeit door elektrificatie als het ware naar zijn installatie toe. Een warmtepompboiler die op het middaguur draait, of een auto die op zaterdagmiddag aan de thuislader hangt, consumeert precies het overschot dat anders voor centen het net op zou gaan.

Plan je de komende jaren een warmtepomp of elektrische auto, neem die dan mee in de rendementssom van je panelen. Een dak dat vandaag overgedimensioneerd lijkt, kan over twee jaar precies passend zijn. De batterij overbrugt in dat geval de tussenliggende periode en blijft daarna waardevol als dagelijkse buffer tussen opwek en verbruik.

 

Je actieplan in vier stappen

Stap een, deze zomer: meet je werkelijke situatie. Noteer in de app van je slimme meter je opwek, je directe verbruik en je teruglevering op een aantal zonnige dagen. Bereken daaruit je huidige zelfconsumptiepercentage, want dat is je nulmeting.

Stap twee, direct daarna: pak eerst de gratis winst. Verschuif wasmachine, droger, vaatwasser en boiler naar de zonnige uren en herhaal vervolgens de meting na twee weken. De meeste huishoudens zien hun zelfconsumptie met 10 tot 15 procentpunt stijgen zonder een euro uit te geven.

Stap drie, dit najaar: dimensioneer opslag op het resterende overschot. Het dagoverschot dat na de gedragswinst overblijft, is de werklast voor een batterij. Kies een capaciteit die dat overschot dagelijks kan opvangen, met de vuistregels uit onze batterijgidsen als leidraad.

Stap vier, rond de jaarwisseling: herzie je energiecontract. Met een gemeten profiel en een werkende batterij kies je een contract op basis van feiten: een nette terugleververgoeding voor het kleine restant, geen zware terugleverkosten en bij voorkeur ondersteuning voor dynamische aansturing in de winter.

 

Conclusie: het dak blijft renderen, jij bepaalt hoeveel

Zonnepanelen zonder salderen zijn rendabel, maar het rendement is geen automatisme meer. De installatie die onder salderen vanzelf 1.100 euro per jaar opleverde, levert na 2027 tussen de 500 en 850 euro op, afhankelijk van hoe serieus je de drie knoppen bedient: gedrag, opslag en contract. Het verschil tussen die twee uitkomsten zit niet in het dak maar in de keuzes eronder.

Voor de meeste huishoudens is de volgorde helder: eerst de gratis gedragswinst pakken, dan het resterende overschot meten, en daarop een passende batterij dimensioneren. ✔️ Panelen houden. ✔️ Verbruik verschuiven. ✔️ Overschot opslaan. 💬 Onze redactie actualiseert de rekenvoorbeelden in dit artikel zodra tarieven of vergoedingen wezenlijk veranderen.

Toe aan de opslagstap? Bekijk dan onze actuele top 10 met de beste stekkerbatterijen, waarin we per model de capaciteit, het ontlaadvermogen en de slimme aansturing overzichtelijk naast elkaar zetten. Zo vind je in een paar minuten het systeem dat past bij jouw dagoverschot, je woonsituatie en je budget, en zorg je ervoor dat jouw panelen ook na het einde van salderen elk jaar blijven verdienen wat ze werkelijk waard zijn.

Zijn zonnepanelen zonder salderen nog de moeite waard?

Ja, zonnepanelen blijven ook na het einde van salderen een verstandige investering, al verschuift de route naar rendement van terugleveren naar zelf gebruiken. Panelen zijn de afgelopen jaren fors goedkoper geworden en gaan 25 jaar of langer mee, waardoor er na een terugverdientijd van zeven tot negen jaar nog ruim vijftien jaar vrijwel gratis stroom volgt. De bepalende factor is je zelfconsumptie: wie het eigen verbruik verhoogt met slim plannen en opslag, behoudt het overgrote deel van het oorspronkelijke rendement van de installatie.

Hoeveel daalt de opbrengst van mijn zonnepanelen na 2027?

Zonder maatregelen halveert de opbrengst ruwweg. Een installatie van tien panelen met 3.800 kilowattuur jaaropwek leverde onder salderen zo'n 1.140 euro per jaar op, en zakt bij een zelfconsumptie van 30 procent en een terugleververgoeding van 6 cent naar ruim 500 euro. Maar die daling is geen vast gegeven: stijgt je zelfconsumptie naar 70 procent, bijvoorbeeld met een thuisbatterij en slim verbruik, dan komt de jaaropbrengst weer uit op ruim 830 euro. Het verschil zit volledig in hoeveel van je opwek binnenshuis blijft.

Moet ik mijn zonnepanelen kleiner dimensioneren zonder salderen?

Voor nieuwe installaties is dat inderdaad de nieuwe ontwerpregel. Onder salderen loonde het om het dak maximaal vol te leggen, omdat elke kilowattuur evenveel waard was. Na 2027 produceert een overgedimensioneerde installatie vooral overschot dat je voor enkele centen teruglevert. Dimensioneer daarom op je eigen jaarverbruik en reken opslag vanaf dag een mee in de investering. Een iets kleinere installatie met een passende batterij levert structureel meer op dan een maximaal dak zonder opslag, tegen een vergelijkbare totaalinvestering en met minder netbelasting.

Wat is de snelste manier om mijn paneelrendement te redden?

Begin met de gratis stap: verplaats grootverbruikers zoals wasmachine, droger, vaatwasser en boiler naar de zonnige middaguren. Dat tilt je zelfconsumptie van zo'n 30 naar 40 a 45 procent zonder enige investering. Meet daarna een paar zonnige weken hoeveel je nog teruglevert, want dat restant is de werklast voor een batterij. Een stekkermodel dat dit overschot dagelijks opvangt en in de avond teruggeeft, tilt de zelfconsumptie naar 60 tot 80 procent en verdient zichzelf na het einde van salderen in ongeveer vier jaar terug.

In welke situaties zijn zonnepanelen zonder salderen niet rendabel?

Krap wordt het vooral in woningen waar overdag vrijwel niemand thuis is, geen opslag staat en het verbruik laag is, want dan blijft de zelfconsumptie structureel laag en leunt de opbrengst zwaar op de magere terugleververgoeding. Ook sterk overgedimensioneerde installaties uit de salderingsjaren kunnen tegenvallen, omdat zelfs een flinke batterij het overschot niet volledig opvangt. De oplossing is dan niet panelen verwijderen, maar verwachtingen bijstellen en de wel beschikbare knoppen bedienen: gedragsverschuiving, een passende batterij en een contract zonder zware terugleverkosten.

bottom of page